De geschiedenis van de brandweer in Leiderdorp
Overzicht van het materieel en het korps
Vroege brandbestrijding
Vóór de oprichting van een georganiseerd korps op 25 februari 1897 was brandbestrijding in Leiderdorp een zaak van de gemeenschap zelf. Bij brand sloegen buren en dorpsgenoten de handen ineen om met eenvoudige middelen — emmers water, ladders en primitief blusgereedschap — erger te voorkomen.
Deze periode kende nog geen vaste organisatie of vast materieel; de effectiviteit van de brandbestrijding hing sterk af van de snelheid waarmee dorpsgenoten ter plaatse konden zijn en de beschikbare hulpmiddelen. Deze aanpak legde de basis voor de behoefte aan een beter georganiseerd korps, wat uiteindelijk in 1897 zijn beslag kreeg. In de archieven vonden we wel een reglement der Brandschouwerij uit 1829. Die vindt u hier.
Tussen 1850 en 1935 waren er 5 brandspuithuisjes in Leiderdorp, elk voorzien van een handbrandspuit.
Oprichting en de eerste decennia
Op 25 augustus 1897 werd in Leiderdorp een georganiseerd vrijwillig brandweerkorps opgericht, als antwoord op de groeiende behoefte aan snelle en gecoördineerde brandbestrijding in het dorp. De eerste decennia stonden in het teken van vrijwillige inzet, eenvoudig materieel en een hechte band met de lokale gemeenschap.
Materieel
In de beginjaren bestond de uitrusting van het korps voornamelijk uit handbediende brandspuiten en ladders, vaak getrokken door paarden of met de hand voortbewogen. Tot 1935 waren er 5 brandspuithuisjes waar deze brandspuiten stonden. Pas in juli 1929 deed gemotoriseerd materieel geleidelijk zijn intrede, wat de slagkracht van het korps aanzienlijk vergrootte.
Het korps
Het korps bestond in deze periode volledig uit vrijwilligers, veelal mannen uit het dorp met een ander beroep overdag. De saamhorigheid was groot: oefeningen en uitrukken waren gemeenschapsaangelegenheden, en het korps groeide uit tot een vertrouwd onderdeel van het dorpsleven.
Oorlog en wederopbouw
De jaren 1940–1950 werden gedomineerd door de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw die daarop volgde. Het korps moest zich aanpassen aan de barre omstandigheden van de oorlogsjaren, waarna in de tweede helft van het decennium de focus verschoof naar herstel en vernieuwing.
Materieel
Tijdens de oorlog, in 1941, werd er een Opel Blitz autospuit aangekocht die was opgebouwd door de Fa. Kronenburg. Verder was materieel schaars en moest het korps het vaak doen met verouderde of provisorische middelen, mede door vorderingen en gebrek aan onderdelen. De Opel Blitz werd gevorderd in 1944. In de tijd na de vordering heeft Leiderdorp de beschikking gehad over een Luchtbeschermings motorspuit, die geschonken is door Leiden. Na de bevrijding vond men de Opel Blitz uiteindelijk weer terug in Duitsland en kwam in 1949 weer terug naar Leiderdorp. Geleidelijk kwam er in Nederland weer nieuw materieel beschikbaar, al bleef de wederopbouw van de uitrusting nog jaren doorlopen.
Het korps
De oorlogsjaren vroegen veel van de vrijwilligers, die naast het gewone brandweerwerk ook geconfronteerd werden met de gevolgen van bombardementen en oorlogshandelingen. Na de bevrijding groeide het korps weer aan, met nieuwe aanwas van mannen die de draad van het vrijwilligerswerk oppakten.
Modernisering
Na de wederopbouw brak in de jaren ’50 een periode van modernisering aan. Het korps professionaliseerde geleidelijk, met meer aandacht voor training, organisatie en het vervangen van verouderd materieel door modernere alternatieven.
Materieel
In dit decennium deed steeds meer gemotoriseerd materieel definitief zijn intrede, en verdwenen de laatste handbediende middelen uit gebruik. Ook in Leiderdorp werd nieuw materieel aangeschaft, in 1957 verscheen er naast de Opel Blitz, een Magirus Deutz S3500. Dit was een hogedruk autospuit opgebouwd door Motorkracht-Baghytra. Deze Magirus Deutz was uitgerust met een luchtgekoelde motor, hiermee bleef de motor ook koel bij zware belasting. Dit type werd ook wel de ‘Rundhauber’ genoemd en was te herkennen aan de elegante ronde vormen.
Typerend is ook het grote Magirus logo; de letter M met hierin de Kathedraal van Ulm verwerkt (de plek waar Conrad Dietrich Magirus in 1864 de productielocatie opende). Ook het bijzondere motorgeluid was karakteristiek. Ver voordat men de auto zag was deze dan ook al goed te herkennen. Ook kwam er meer standaardisatie in de uitrusting, mede door landelijke richtlijnen.
In 1974 is deze auto verkocht aan Safaripark Beekse Bergen en deed daar dienst bij de bedrijfsbrandweer. Nog weer later is de auto omgebouwd tot kiepwagen en is nog altijd op de Nederlandse wegen te bewonderen.
Het korps
Het korps bleef vrijwillig van aard, maar de eisen aan training en paraatheid namen toe. Er ontstond meer structuur in de organisatie, met vaste oefenavonden en een duidelijkere taakverdeling binnen de ploeg. Onderstaand een korpsfoto uit 1954.
De Magirus-generatie
De jaren ’60 stonden in het teken van de opkomst van Magirus-voertuigen, een belangrijke stap in de modernisering van het wagenpark. Deze nieuwe generatie materieel zorgde voor een aanzienlijke verbetering van de slagkracht van het korps.
Materieel
De Magirus-voertuigen die in dit decennium hun intrede deden, boden meer capaciteit en betrouwbaarheid dan hun voorgangers. Deze aanschaf markeerde een duidelijke overgang naar professioneler uitgeruste brandweerkorpsen. Zo ook in Leiderdorp, de Opel Blitz werd afgestoten en naast de Magirus Deutz S3500 kwam er een gloednieuwe Magirus Deutz Mercur 120F opgebouwd door Motorkracht-Magirus in dienst. Deze heeft een voorbouwpomp die 2500 liter water per minuut kan leveren, heeft eveneens een luchtgekoelde motor en het karakteristieke geluid van een Magirus Deutz. In 1978 is dit voertuig omgebouwd tot een Personeel/Materieelwagen en deed dienst tot hij in 1990 werd afgestoten.
Ook deze auto rijdt nog rond en is in beheer bij onze Stichting Historisch Brandweer Materieel Leiderdorp.
Het korps
Met de nieuwe voertuigen kwamen ook nieuwe vaardigheden kijken; het korps investeerde in training om het nieuwe materieel optimaal te kunnen inzetten. De saamhorigheid binnen de ploeg bleef groot, ondanks de groeiende technische eisen. Onderstaand een korpsfoto uit 1961 (links) en een uit 1964 (rechts).
Groei en professionalisering
De jaren ’70 kenmerkten zich door verdere groei en professionalisering van het korps. De vrijwillige brandweer breidde uit, en er kwam meer aandacht voor gestructureerde opleiding en samenwerking met omliggende korpsen.
Materieel
Het wagenpark werd in dit decennium verder uitgebreid en vernieuwd, met voertuigen die beter waren toegerust op de groeiende diversiteit aan inzetten. Ook nam de specialisatie van uitrusting toe, afgestemd op verschillende soorten branden en hulpverlening.
Zo kwam er in 1975 een Tankautospuit hogedruk/lagedruk bij ook weer een Magirus, ditmaal een 170D11F opgebouwd door Motorkracht-Magirus. De Tankautospuit was voorzien van 3x een 60 meter hogedrukhaspel en een lagedrukpomp die 2800 liter water per minuut kan verpompen.
Na het uit dienst gaan in 1994 is deze auto verkocht aan de brandweer Andolsheim in Frankrijk.
In 1978 al werd er nog een nieuw voertuig aangeschaft, uiteraard weer een Magirus Deutz. Ook dit was een 170D11F, alleen met gescheiden manschappencabine-gereedschappenopbouw. Opvallend was zijn grote ronde zwaailicht voor op het dak, deze kon ongeveer 2 meter omhoog geschoven worden, en eronder zat halogeenverlichting om de omgeving te verlichten. Dit voertuig werd vooral voor zijn bluscapaciteit gebruikt want hij had een pomp die 3000 liter per minuut kon verpompen. Later is dit voertuig omgebouwd tot een Gereedschap-Materieelwagen. Na het uit dienst gaan in 1999 is deze auto verkocht aan de brandweer Nevele in België.
Het korps
Het korps groeide in omvang en professionaliteit. Er kwam meer structuur in opleidingen en oefeningen, en de samenwerking met regionale korpsen werd geïntensiveerd, wat de basis legde voor latere regionalisering. Onderstaand een korpsfoto uit 1975 (links) en een uit 1979 (rechts).
Nieuwe technieken
In de jaren ’80 deden nieuwe technieken en technologieën hun intrede in het brandweervak. Communicatiemiddelen, ademluchtapparatuur en andere technische hulpmiddelen zorgden voor een verdere professionalisering van het werk.
Materieel
Naast voertuigen kwam er in dit decennium steeds meer aandacht voor persoonlijke beschermingsmiddelen en specialistische apparatuur, zoals verbeterde ademlucht en communicatieapparatuur tussen voertuig en korpsleden. Daarom werd in 1980 een Iveco 110-16AF aangeschaft, dit voertuig had een Hogedrukpomp van 250 liter per minuut, een lagedrukpomp van 3000 liter per minuut en een tank met 1500 liter water om zo alvast de eerste klap te kunnen uitdelen bij een brand. Het voertuig is opgebouwd door Doeschot-Rosenbauer herkenbaar aan de schuine achterkant. Na afstoting in 2006 is deze auto eerst nog aan de bak geweest in Loenen aan de Vecht en later naar Daireaux in Argentinië gegaan.
In 1985 kwam door de verder professionalisering en een commandovoertuig bij een Volvo 340, die tevens gebruikt werd door de afdeling preventie om controles mee uit te voeren. De Volvo is na buitendienststelling in 1993 naar Frankrijk verhuisd.
In 1990 tenslotte kwam er een Volkwagen Transporter bij die voor het vervoer van mensen en materieel naar opleidingen en bij oefeningen werd gebruikt. Dit was een 2e hands voertuig van een aannemer en werd in 2002 verkocht aan een particulier.
Het korps
De toenemende techniek vroeg om voortdurende bijscholing van de vrijwilligers. Het korps bleef hecht, maar de vereisten voor deelname en inzetbaarheid werden strenger en professioneler. Onderstaand een korpsfoto uit 1982.
Regionalisering in voorbereiding
De jaren ’90 stonden in het teken van de voorbereidingen op regionalisering. Lokale korpsen, waaronder dat van Leiderdorp, bereidden zich voor op een nauwere samenwerking binnen een regionale brandweerorganisatie.
Materieel
Materieel werd in toenemende mate afgestemd op regionale standaarden, zodat voertuigen en uitrusting van verschillende korpsen beter op elkaar aansloten en gezamenlijke inzet efficiënter kon verlopen. Toen in 1993 de oude Volvo 340 aan vervanging toe was werd er opnieuw een Volvo gekocht ditmaal een 460 Escape. Na uit dienst stelling in 2001 is deze auto verkocht aan de brandweer Hulst in Zeeland.
In 1995 was het tijd om de Tankautospuit te vervangen en werd een Iveco ML120E23 EuroCargo gekocht en opgebouwd door Rosenbauer, ook dit voertuig had een 250 liter per minuut hogedrukpomp, een 3000 liter per minuut lagedrukpomp en een tank van 1500 liter. Dit voertuig kreeg in mei 2009 tijdens een uitruk een ongeval en werd total loss verklaard. Gelukkig hielden de manschappen er geen blijvend letsel aan over.
In 1999 werd ook een Iveco Daily 58.12 Turbo Longbody opgebouwd door Fa. Dias & Zoon uit Stekene (België) aangeschaft. Dit voertuig was speciaal in gericht om op te treden bij verkeersongevallen en had daar de nodige apparatuur voor aan boord zoals een voorbouwlier. Dit voertuig werd in 2006 alweer verkocht aan BB Oiltanking Gent, België, doordat regionaal besloten werd dat het zogenaamde redgereedschap voortaan op een Tankautospuit thuis hoorde.
Het korps
Vrijwilligers kregen te maken met nieuwe overlegstructuren en regionale samenwerkingsverbanden. De identiteit van het lokale korps bleef sterk, ondanks de aankomende veranderingen in de organisatiestructuur. Onderstaand een korpsfoto uit 1992 (links) en een uit 1999 (rechts).
Brandweer Hollands Midden
In dit decennium ging het korps op in de regionale organisatie Brandweer Hollands Midden. Deze schaalvergroting bracht nieuwe kansen met zich mee op het gebied van specialisatie, opleiding en gezamenlijke inzet.
Materieel
Door de regionale samenwerking kwam er toegang tot gespecialiseerd materieel dat voorheen niet lokaal beschikbaar was, zoals hoogwerkers en specialistische hulpverleningsvoertuigen die regionaal werden ingezet.
In 2001 werd ter vervanging van de Volvo-460 een Mazda Premacy 1.8i aangeschaft. Dit overtuig deed dienst tot 2011 waarna hij door de gemeente Leiderdorp werd overgenomen als auto voor de afdeling Handhaving.
Een Volkswagen Transporter T4-combi 2.5TDi kwam in de plaats van zijn oudere broertje en deed dienst tot 2016, waarna hij naar een particulier in Tsjechië is geëxporteerd.
Inmiddels was het in 2006 ook tijd voor de 4e generatie Tankautospuit (TS), dat werd ditmaal een DAF LF55.250-15CF365 opgebouwd door Ziegler. Deze TS had een 265 liter per minuut hogedrukpomp, 2800 liter lagedrukpomp en ook weer een tank van 1500 liter. Doordat er in 2010 de Veiligheidsregio Hollands Midden was opgericht werd door verschuiving van tankautospuiten deze DAF naar Noordwijk aan Zee verplaatst.
Tot slot werd in 2009 werd de eerder genoemde Mazda Premacy vervangen door een Volkswagen Touran 1.9TDi. Dit voertuig werd via een regionale aanbesteding binnengehaald. Hij deed dienst in Leiderdorp tot 2011 en heeft tot 2020 diverse rollen gehad o.a. als auto voor de Voorlichter van dienst. In 2020 werd dit voertuig door de Veiligheidsregio geschonken aan de Reddingsbrigade Alphen ad Rijn, die dit voertuig gebruikt voor het trekken van hun Tinn-Silver boot in het kader van de Nationale Reddingsvloot.
Het korps
Het korps werd onderdeel van een grotere regionale organisatie, met uniforme opleidingseisen en procedures. De lokale post in Leiderdorp bleef daarbij een herkenbaar en vertrouwd aanspreekpunt voor de gemeenschap. Onderstaand een korpsfoto uit 2003 (links), 2006 (midden) en een uit 1999 (rechts).
Veiligheidsregio en moderne uitrukdienst
Met de vorming van de Veiligheidsregio Hollands Midden werd de organisatie verder gemoderniseerd. De brandweer werd een volwaardig onderdeel van een bredere veiligheidsstructuur, gericht op integrale crisisbeheersing.
Materieel
Het materieel werd verder gestandaardiseerd binnen de veiligheidsregio, met moderne uitrukvoertuigen en digitale hulpmiddelen voor communicatie en navigatie die de effectiviteit van inzetten verbeterden.
In 2016 werd in het kader van een regionale aanbesteding een nieuwe Dienstbus een Volkswagen Transporter T6Combi 2.0TDi geleverd, die de oude Volkswagen Transporter verving. Na de sluiting van de kazerne werd dit voertuig opgenomen in een regionale pool.
In 2017 kregen we door herverdeling van taken de zorg voor de adembescherming toebedeeld hiervoor werd een voertuig, een Volkswagen Transporter T4TDi, van Leiden Zuid verplaatst naar Leiderdorp. Deze auto was echter aan het opraken en daarom werd dit voertuig al in 2018 vervangen door een eveneens oude Mercedes Sprinter.
Ook in 2017 namen we in ruil voor de DAF Tankautospuit een spiksplinternieuwe MAN 15.250BLF [TGM] in gebruik met een hogedrukpomp van 250 liter per minuut, een lagedrukpomp van 3000 liter per minuut en een tank van 2000 liter. Dit voertuig kwam ook weer uit een regionale aanbesteding en is opgebouwd door DRV-Jöhstadt. Dit voertuig is na de sluiting van de kazerne omgebouwd tot rij-instructievoertuig, later is deze auto als 2e tankautospuit in Katwijk aan Zee gestationeerd, waar hij nog steeds zijn steentje bijdraagt aan de uitrukken.
Zoals al gezegd werd in 2018 het Adembeschermingsvoertuig vervangen, dat werd een Mercedes Benz Sprinter 313Cdi35. Ook dit voertuig had al enkele levens achter de rug voordat hij in Leiderdorp terecht kwam, o.a. als Waterongevallenvoertuig en Arbeidshygiënevoertuig. Dit voertuig rijdt nu nog steeds maar is inmiddels gestationeerd in Leiden Noord.
Het korps
Vrijwilligers en beroepskrachten werkten steeds nauwer samen binnen de veiligheidsregio. Opleiding en certificering werden verder geformaliseerd, met behoud van de lokale betrokkenheid die het korps al sinds 1897 kenmerkte. Onderstaand een korpsfoto uit 2010 (links), 2011 (midden) en de laatste korpsfoto uit 2022 als zelfstandig korps (rechts).
Huidige brandweerorganisatie
Vanaf 2023 heeft de brandweer van Leiderdorp geen eigen kazerne meer. Maar zijn een modern en professioneel onderdeel van de kazerne Leiden Noord, met een sterke combinatie van beroepsmatige inzet en vrijwillige ondersteuning. De historie sinds jaar en dag blijft daarbij een belangrijke bron van trots en verbondenheid.
Materieel
De huidige uitrukdienst beschikt over modern, goed onderhouden materieel, afgestemd op de veelzijdige taken van de hedendaagse brandweer — van reguliere brandbestrijding tot technische hulpverlening en incidentbestrijding.
Hiervoor zijn een Tankautospuit (16-4131) op een Scania P320B4x2NZ31L chassis opgebouwd door Kenbri, met een 400 liter per minuut hogedrukpomp, een 3000 liter per minuut lagedrukpomp en een tank van 2000 liter. Een Adembeschermingsvoertuig (16-4182) een Mercedes Benz Sprinter 313Cdi35 en een Dienstbus (16-4101) Volkswagen Transporter T6 besschikbaar. Daarnaast kan men aanvullend een Motorspuitaanhanger, Schuimaanhanger of Poederaanhanger leveren bij een incident.
Het korps
Het huidige korps (ontstaan uit die van Oegstgeest en Leiderdorp) bestaat uit 26 vrijwilligers en combineert de betrokkenheid van vrijwilligers met de professionaliteit van een beroepskazerne. De verbondenheid met de Oegstgeester- en Leiderdorpse gemeenschap, die al sinds jaren kenmerkend is, blijft daarbij onverminderd sterk.
Overzicht stallingen – kazernes
Voordat Leiderdorp over een echte kazerne beschikte, stond de brandbestrijding in het teken van 5 kleine spuithuisjes verspreid door het dorp. Hierin stonden handpompen opgeslagen, die bij brand met man en macht bediend moesten worden om water op het vuur te krijgen. Deze spuithuisjes vormden de basis van wat later zou uitgroeien tot een volwaardig korps met eigen materieel en huisvesting. Op de volgende locaties stonden deze spuithuisjes, die helaas verloren zijn gegaan:
- Huidige Herensingel thv Kooilaan (geen foto)
- Huidige Lage Rijndijk thv Sumatrabrug (geen foto)
- Kerkwijk thv huidige Eikenlaan (foto links)
- Doeswijk thv Hoofdstraat 170 (foto rechts)
- Achthoven thv Patrimoniumpark (geen foto)
Toen Leiderdorp in 1929 zijn eerste motorspuit kreeg was daarvoor geen ruimte in de spuithuisjes. Waar deze motorspuit gestald is geweest is onbekend, er is helaas ook geen beeldmateriaal van gevonden.
Helaas geen foto gevonden
In de begin jaren dertig, 1933, om precies te zijn werd er naast het gemeentehuis aan de Hoofdstraat op de Berkenkade een loods gebouwd voor het gemeentemateriaal. Daarnaast kwam ook een stalling voor de motorspuit, en later de Opel Blitz. In 1963 werd dit gebouw flink gemoderniseerd en kwamen er 2 stallingsplaatsen voor de brandweerwagens.
Doordat Leiderdorp al jaren flink groeide was het noodzakelijk om de brandweergarage te verplaatsen. Mede omdat de gemeente een nieuwe locatie had gevonden voor hun gemeentewerf aan de Simon Smitweg. En aangezien de gemeente en de brandweer nauw verbonden waren was het logisch dat daar ook de brandweervoertuigen gestald gingen worden. Het werd een garage voor 3 auto’s. gericht op de Simon Smitweg zijde. Later toen de brandweer verder professionaliseerde werd besloten om de kantoortak van de brandweer met de uitrukdienst samen te voegen. In 1995 was het zover en voor 1,2 miljoen gulden werden de 3 garage units omgetoverd tot kantoorruimten en werd er een kazernedeel aangebouwd van 6 deuren, 2 daarvan waren bestemd voor de ambulancedienst die er 2 ambulances stalde voor hun uitrukdienst. Zodoende beleven er 4 deuren over om brandweermateriaal achter te plaatsen. Dit gebouw zou tot eind 2022 dienst doen als brandweerkazerne met uiteindelijk 6 deuren omdat de ambulancedienst door een reorganisatietraject een andere ambulancepost ging bouwen bij het ziekenhuis.